Artikel van Nicolas Keszei, l’Echo, 6 april 2019

Ik ben ervan overtuigd onschuldig te zijn, ons systeem is clean !

Roland Jost is zeker van zijn zaak, zijn groep respecteert de Europese transport wetgeving. Alles gebeurt legaal en de chauffeurs uit de Oostblok landen worden goed behandeld en goed betaald. Loop rustig rond, er valt niets te zien.

Vervolgd door het federale parket voor sociale dumping en mensenhandel neemt Roland Jost, de directeur van het gelijknamige transportbedrijf, het woord en vertelt zijn waarheid, in duidelijke taal. Hij weerlegt de beschuldigingen een voor een en garandeert dat hij volledig in zijn recht staat en de Europese wetgeving niet heeft overtreden.

 

Roland Jost, de baas van de vervoersmaatschappij die momenteel onder vuur ligt als gevolg van een open onderzoek voor onder andere sociale dumping en mensenhandel, neemt niet vaak het woord. Maar de crisis die zijn bedrijf doormaakt, heeft hem uit zijn schulp gelokt en hij heeft ons in Luik, aan de rand van de Maas, ontvangen, samen met André Renette en Adrien Masset, zijn twee advocaten. De groep Jost staat vandaag de dag voor 1.500 vrachtwagens, 150 miljoen kilometer per jaar en een omzet van 350 miljoen euro. Jost, dat kan je gerust schrijven, is overal. Op de E40, tussen de redactie van de Echo en het advocatenkantoor, hebben we al 13 Jost-vrachtwagens geteld. Dat was op een stuk van 90 kilometer, wat dus neerkomt op één Jost-vrachtwagen om de 6,9 kilometer. “U bent overal”, zo beginnen we ons gesprek met hem. “Stelt u zich eens voor, er ontbraken er nochtans nog”, antwoordt hij meteen, voordat hij een lachend gebaar maakte, waaruit blijkt dat hij zijn gevoel voor humor niet verloren heeft. De baas van de vervoersgroep verwees daarbij naar de inbeslagname van 240 vrachtwagens waartoe het federaal parket had beslist. Enkele uren eerder kwamen beide partijen tot een akkoord. Jost stemde in met een borgstelling van 7 miljoen euro in ruil voor de opheffing van de inbeslagnemingen. Roland Jost haalt opnieuw een beetje adem, de zaken kunnen doorgaan.

 

De transporteur heeft lang gezwegen, maar deze keer heeft hij besloten om zijn waarheid te vertellen, onder toezicht van zijn raadslieden die hem, toegegeven, weinig zullen onderbreken. “Ik ben ervan overtuigd dat ik onschuldig ben. Ik zeg niet dat ik mezelf helemaal niets te verwijten heb, je kunt altijd een futiliteit vinden, fouten... Ik ga me geen aureool boven het hoofd houden, maar ons systeem is volgens mij absoluut clean.” Roland Jost is heel duidelijk. Hij staat volledig in zijn recht, hij verzekert het ons. “Alles wat we lezen in de Europese vervoerswetgeving is duidelijk, er is geen twijfel, we maken geen fouten, dat is alles.” Dat is wat er gezegd wordt.

 

Verschil van 15 %

 

Roland Jost begon in 1981 aan de zijde van zijn vader te werken. De familiale transportfirma telde toen een tiental vrachtwagens. Vijf jaar later overlijdt zijn vader en neemt hij de leiding van het bedrijf over. In 1989 begint hij met het personenvervoer en ontwikkelt hij twee parallelle activiteiten, waarna hij het goederenvervoer laat vallen om zich te kunnen toeleggen op het personenvervoer. Waarom deze keuze? “Wat het personenvervoer betreft, vond ik dat ik al een grote tussen de kleintjes was, terwijl ik vond dat ik voor het goederenvervoer nooit een grote tussen de groten zou worden.” Op dit punt had Roland Jost zich vergist.

 

Van aankopen tot overnames, de man bleef evolueren, waarbij hij uiteindelijk de aandelen van zijn busbedrijf doorverkocht aan Keolis om zich op het goederenvervoer te concentreren. Tot de situatie die we momenteel kennen. Roland Jost en drie van zijn medewerkers, die werden getroffen door een onderzoek van het federale parket wegens sociale dumping en mensenhandel, verbleven kort voor de zomer van 2017 gedurende drie weken in de gevangenis.

 

Toch heeft de transporteur nooit een groot geheim gemaakt van zijn manier van werken. Ja, er zijn chauffeurs uit de Oostbloklanden (1.368 om precies te zijn), nee, zijn Roemeense filiaal Skiptrans is geen postbusfirma, er werken 79 mensen; en ja, dit systeem is legaal en onvermijdelijk voor iedereen die internationaal transport wil doen. “Werken met Roemeense chauffeurs is een veel voorkomende praktijk. Ik weet niet of iedereen zo respectvol werkt als ik”, legt de transporteur uit, voordat hij zich in een klein pro-Europees verhaal stort. “Europa heeft ervoor gekozen de grenzen open te stellen. Er is een verschil in de kosten van sociale lasten tussen de lidstaten”, legt hij uit, alvorens te verduidelijken dat dit verschil 15 % bedraagt voor de totale kostprijs van een Roemeense chauffeur ten opzichte van een Belgische chauffeur. “Als we willen werken met internationaal vervoer - en dat is toch het grootste deel van ons beroep - moeten we absoluut een beroep doen op onderaanneming van de Oostbloklanden, verkondigt hij, voordat hij waarschuwt: als u 15 % boven de marktprijs zit, hebt u geen werk. En als er geen werk meer is op internationaal niveau, zal dat verregaande gevolgen hebben voor het nationale niveau. De klant heeft geen zin om een andere transporteur te hebben voor nationaal en internationaal transport.”

 

Daarom richtte de groep Jost in 2008 de Skiptrans-vestiging in Roemenië op. “Ze werkt autonoom, ze krijgt opdrachten van de moedermaatschappij en ze is verantwoordelijk voor de werving van de chauffeurs, voor hun opstart, voor de naleving van de dienstroosters en voor de toewijzing van de opdrachten op de vrachtwagens”, verduidelijkt hij. Als we hem vertellen dat het federale parket beweert dat deze maatschappij slechts een postbusfirma is, wordt Roland Jost kwaad. 79 werknemers werken daar, vertelt hij ons terwijl een van zijn advocaten zijn computerscherm naar ons draait om een foto te tonen van het hele Roemeense team voor het gebouw in kwestie.

 

Vandaag beschuldigt het federale parket Jost ervan dat hij aan sociale dumping doet, zijn chauffeurs onderbetaalt en sociale bijdragen in België ontduikt. Tijdens het onderzoek raamde het federale parket dat het financiële verlies zou oplopen tot ongeveer 65 miljoen euro: 45 miljoen onbetaalde lonen aan de chauffeurs en 20 miljoen bijdragen niet betaald aan de RSZ. “Ik vecht dat aan, het is uit de duim gezogen. De overgrote meerderheid van de Roemeense chauffeurs doet internationaal vervoer, dat wil zeggen van land A naar land B. Om het absurd te stellen: als ik vanuit het verst verwijderde punt in België naar de Franse grens rijd, waar ik vervolgens één kilometer rijd, is sprake van internationaal vervoer. Maar het parket zegt dat deze mensen in België werken. Dat is niet waar en we hebben alles om dat te bewijzen. Het is een kwestie van interpretatie”, verzekert Roland Jost. Links en rechts van hem knikken zijn twee advocaten.

 

Overtuigd onschuldig te zijn

 

Ter ondersteuning van zijn woorden legt de baas van het transportbedrijf uit dat de overheid in 2016 een controle heeft uitgevoerd op 38.000 transporten binnen België. Er zijn slechts 20 overtredingen geconstateerd. “Bereken dit in procenten en u zult zien dat dit niet veel voorstelt!” We laten u de berekening doen. Hij pleit voor de fout, de verkeerde berekening in de planning, maar ook niets anders. En blijft dit benadrukken. “Als ik niet met chauffeurs uit de Oostbloklanden werk, zal iemand anders morgen het werk doen. In afwachting daarvan blijven wij enorme bedragen investeren in België. Als morgen een Roemeen, een Pool of een Litouwer mijn plaats inneemt, zal hij geen euro in België investeren. “We wijzen er tevens op dat de Jost-groep naast chauffeurs uit de Oostbloklanden ook werkt met 900 chauffeurs uit België, Luxemburg en Nederland.

 

Tot slot, als we hem vragen wat het federale parket hem ten laste legt, last Roland Jost een pauze in. “Zaken die we niet begrijpen. Eerlijk gezegd, waarom zou ik me in een dergelijke situatie manoeuvreren?”

 

Men beweert toch dat u uw chauffeurs uit de Oostbloklanden een miserabel loon betaalt. Dat zeggen wij niet, maar het federale parket. Nadat een geïnfiltreerde politieagent zich door het filiaal Skiptrans als chauffeur had laten aannemen, heeft hij aangegeven dat hij tussen de 550 en 650 euro betaald werd voor één maand werk, waarbij hij soms 18 uur per dag werkte. Het antwoord van de transporteur laat niet op zich wachten. “Onze chauffeurs uit de Oostbloklanden worden vandaag de dag tussen 2.400 en 2.500 euro netto per maand betaald. Wat het parket juist heeft, is dat het om een netto basisloon van 500 euro gaat in Roemenië. De rest zijn premies omdat men van thuis weg is. Al met al komen we uit op 2.400 of 2.500 euro netto”, legt Roland Jost uit. Voordat hij zijn argumentatie vervolgt op basis van informatie afkomstig van zijn chauffeurs. Een chauffeur die oplet, wetende dat Jost faciliteiten ter beschikking stelt om uit te rusten, te koken en zijn was te doen, kan leven met 500 euro per maand. “Als hij eind deze maand thuiskomt, heeft hij 1.900 euro op zak, terwijl het gemiddelde loon in Roemenië 500 euro bedraagt. Stelt u zich eens voor: als hij terugkeert naar Roemenië, is hij de koning!” We noteren het. Maar toch, deze geïnfiltreerde politieagent, die vertelt dat hij tussen 550 euro en 650 euro betaald heeft gekregen, dat hij tot 18 uur per dag heeft moeten werken, acht opeenvolgende weken, wat moeten we daarmee doen? “U kunt noteren dat hij een leugenaar is, schrijf het op. Hij is een leugenaar! We hebben alle bewijzen van wat hij gekregen heeft. Hij verdiende 2.200 euro netto. We hebben het gecontroleerd, hij heeft zelfs geen 80 % van de toegelaten tijd gewerkt. De rest is een wijze om zaken te presenteren. Wanneer een chauffeur om 20 uur 's avonds stopt voor zijn avondrust en om 22 uur krijgt hij het in zijn hoofd om 100 meter te rijden, is dat alsof hij zijn rust niet heeft genomen. En zolang hij geen 10 opeenvolgende uren rust heeft genomen, is dit gelijk aan nul. Hij heeft dat gedaan en wel op vrijwillige basis, dat verzeker ik u, alleen maar om een slecht dossier tegen ons te hebben. Dat is iets waartegen ik mij hevig verzet.” Hoe het ook zij, Roland Jost en zijn advocaten bevestigen het: deze strategie heeft ervoor gezorgd dat het federaal parket heeft aangegeven dat de geïnfiltreerde chauffeur 24 uur per dag had gewerkt. “Ofwel heeft hij zijn pauze vrijwillig onderbroken, ofwel is het een slechte chauffeur die niets weet van de wetgeving.” Dat is hetgeen er gezegd wordt.

 

Rust in de cabine

 

En deze zaak van mensenhandel, waar hebben we het nu precies over? Deze keer is het woord aan de advocaten. Eigenlijk gaat het allemaal om rust. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de dagelijkse en de wekelijkse rusttijden, legt André Renette uit. Momenteel vindt de Europese wetgeving dat de dagelijkse rusttijd en de verkorte wekelijkse rusttijd (tussen 24 en 45 uur) in de vrachtwagencabine kan worden genomen. Er bestaat nog een juridische betwisting om vast te stellen of de normale wekelijkse rusttijd (45 uur) in de cabine mag worden genoten. Aangezien dit niet in de wetgevingsteksten staat, is het Hof van Justitie van de Europese Unie op dit moment van mening dat deze rusttijden niet in de cabine mogen worden genomen.

 

Daarom heeft de Jost groep rustplaatsen voor zijn chauffeurs ingericht op verschillende plaatsen in België (Herstal, Malmedy, Battice, Ghlin, Waarloos, Kieldrecht, Trilogiport), gebouwen met sanitaire voorzieningen, bedden, keukens en de mogelijkheid om de was te doen. Volgens de advocaten van Roland Jost zijn deze plaatsen goedgekeurd door de autoriteiten.

 

Het is duidelijk dat Roland Jost deze preventie van mensenhandel niet aan zich laat voorbijgaan. “Hoe wilt u mensenhandel aanpakken met mensen die u niet kunt controleren? U kunt zich voorstellen dat een chauffeur die ik in een vrachtwagen zet en mijn bedrijf verlaat, dat dan de controle die we op hem hebben voorbij is. Hij volgt de bevelen op omdat hij zijn brood wil verdienen, maar zodra hij mishandeld wordt, zou hij weggaan. Weet u, ik kan niet eens verhinderen dat hij met de vrachtwagen naar huis rijdt”, verduidelijkt Roland Jost. Die zich tot zijn twee advocaten wendt. Er zijn geen klachten in het dossier en de Roemeense vakbonden steunen de Jost-groep. Roland Jost ontspant zich. Zijn chauffeurs gebruiken de faciliteiten die hen ter beschikking worden gesteld om hun wasgoed te reinigen, douches te nemen en iets te eten, maar meestal slapen ze liever in hun cabine waar ze zich op hun gemak voelen. “Ik heb recent nog intern een boodschap gegeven dat ze in de gebouwen moeten slapen die hen ter beschikking staan, maar ik kan ze niet dwingen."

 

En persoonlijk, hoe maakt men een dergelijke crisis door? “Het is heel moeilijk om vervolgd te worden terwijl ik weet dat we volledig in ons recht staan. Ik blijf vechten omdat ik in mijn levenswerk geloof, ook al is het een groot woord. Ik houd vol en ik zal niet opgeven. Ik ben ervan overtuigd dat we uiteindelijk zullen winnen.”

 

Vandaag de dag is de baas tevreden met de trouwheid van zijn personeel, zijn werknemers en zijn klanten. Naar aanleiding van een akkoord met de onderzoeksrechter belast met het dossier, kon de Jost groep in ruil voor de opheffing van de inbeslagname een borgstelling storten. Van de zijde van de transporteur is er vooral opluchting. En de wil om de dienstverlening voor de klanten verder op te volgen, in afwachting van het einde van het onderzoek. Adrien Masset, een van de raadslieden van Roland Jost, zegt in dit opzicht gerust te zijn en verwacht de mogelijkheid te krijgen om ons te verdedigen in deze procedure. We staan volledig in ons recht, zo zal blijken. “Toen mijn klanten hoorden dat 240 van onze vrachtwagens in beslag werden genomen voor mensenhandel, was de telefoon niet meer te stoppen. Gelukkig zijn er veel mensen die ons vertrouwen, die ons voldoende kennen en die niet geloven dat Jost nu een bandiet is geworden”, besluit onze gesprekspartner, die alleen maar wil terugkeren naar zijn vrachtwagens.

 Nicolas Keszei, l’Echo, 6 April 2019

https://www.lecho.be/actualite/archive/Je-suis-convaincu-d-etre-innocent-notre-systeme-est-clean/10114958 

Delen opLinkedIn
  • L'Echo